College 7

Recht en conflict Lees Schwitters ‘Conflictbeslechting’ (hfdst. 9) aan de hand van de volgende vragen:

1. Schwitters bespreekt o.a. de wijze van conflictbeslechting in traditionele en in moderne samenlevingen.

a. De antropoloog Gulliver onderscheidt twee vormen van geschilbeslechtingsprocedures, te weten onderhandeling en arbritage. Op welk criterium is dit onderscheid gebaseerd?

b. De antropoloog Gluckman karakteriseert de (sociale) verhoudingen in traditionele samenlevingen als multiplex en die in moderne samenlevingen als simplex.

i. Leg uit wat Gluckman met dit onderscheid bedoelt.

ii. In welk type samenleving komen formele juridische geschilbeslechtingsprocedures meer voor? Hoe zou dat komen?

2. Wat wordt bedoeld met de term ‘legal iceberg’?

3. Wat wordt bedoeld met de term ‘in the shadow of law’?

4. Schwitters bespreekt in het kader van de litigationtheorie een aantal (sociale) factoren die van invloed zijn op het gebruik van juridische procedures om conflicten op te lossen: de aard van het conflict, de kosten, de aard van de partijen en de onderlinge relatie van partijen.

a. Welke rol speelt de aard van het conflict?

b. In welk systeem vormen de kosten een minder belangrijke overweging: in het Amerikaanse ‘no cure no pay’-systeem of in het Nederlandse systeem?

c. De Amerikaanse rechtssocioloog Galanter onderscheidt als procespartijen repeatplayers en one-shotters. Noem de voordelen die repeatplayers hebben bij het voeren van geschilbeslechtings-procedures.

d. Hoe luidt de relational-distance these? Welke invloed heeft de dichtheid van sociale verhoudingen op het al dan niet gebruik maken van juridische procedures in geval van conflicten?

5. Noem een drietal bezwaren tegen de informelere procedures in het kader van de Alternative Dispute Resolution (Alternatieve geschilbeslechting).

Lees Schuyt ‘Recht en conflict’ (Reader) aan de hand van de volgende vragen:

6. Noem de verschillende vormen van conflictbeslechting die Schuyt onderscheidt en geef van elke vorm de hoofdkenmerken aan.

7. In verband met het hoefijzerschema formuleert Schuyt twee doelen van het recht met bertekking tot conflicten. Welke zijn dat?

8. Wat bedoelt Schuyt met de emanciperende taak van het recht?

No comments yet.

Geef een reactie