College 3 en 4

Lees Schuyt hfdst. 1: Inleiding: ontwikkelingen in het recht aan de hand van de volgende vragen:

  • Volgens Schuyt bestaat het rechtssysteem uit een ideëel, een actueel en een operationeel element. Leg uit wat Schuyt met elk element bedoelt en hoe de drie elementen gezamenlijk het rechtssysteem vormen. Maak bij uw uitleg gebruik van een concreet voorbeeld op het gebied van het verkeersrecht.

Model-antwoord:
Het rechtssysteem van Schuyt bestaat uit 3 elementen:
A= het ideële element, B= het operationele element en C= het actuele element.

pyr

 

Het ideële element is het betekenissysteem en omvat het positieve recht, regels, normen en beginselen. Het operationele element omvat allerlei soorten uitvoerende functionarissen en instanties zoals wetgever, rechter, advocatuur, administratie (bijvoorbeeld politie-agenten, sociale dienst medewerkers etc.) Het actuele of reële element van het rechtssysteem van Schuyt omvat alle beslissingen en handelingen, waar de regels betekenis aan geven.

Aan de hand van rechtsnormen (A) wordt het gedrag c.q. de handelingen van mensen (C) gekwalificeerd. Handelingen (C) krijgen pas betekenis voor het rechtssysteem wanneer ze onder de regels (A) vallen. Een betekenissysteem kan niet zonder concrete gebeurtenissen. Het operationele element (B) speelt hierbij een ‘bemiddelende’ rol. Regel A geeft aan handeling C betekenis, maar dat gebeurt door interventie van een functionaris of instantie B.

Concreet voorbeeld: Door het rode licht rijden (C) is een overtreding, omdat dat in de verkeersregels (A) is vastgelegd. Dit wordt geëffectueerd door een politie-agent (B), die de overtreder aanhoudt.

  • S. maakt een onderscheid tussen de doelstellingen en de functies van het rechtssysteem.
  • Leg uit wat het verschil is en wat de onderlinge relatie is tussen de doelstellingen en de functies van een rechtssysteem.
  • (Hoe zat het ook al weer met manifeste en latente functies?)
  • Welke doelstellingen van een rechtssysteem onderscheidt S.?
  • Welke vijf kenmerken van het regelsysteem vat Schuyt samen met ‘van orde naar ordening’?
  • Wat is nou het verschil tussen ‘orde’ en ‘ordening’?
  • Schuyt onderscheidt de volgende trends in de ontwikkeling van het positieve recht:

• Van orde naar ordening
• Van ruilrechtvaardigheid naar verdelende rechtvaardigheid

• Collectivering in het privaatrecht

• Van ondergeschiktheid naar gelijkberechting van de vrouw en van een nauwe naar een lossere gezinsband

• Van onderdaan naar burger

• Van straf tot resocialisatie

a) Beschrijf de belangrijkste kenmerken van elke trend.

b) Geef voor elke trend aan in welk rechtsgebied dit vooral tot uiting komt (b.v. de collectivering vooral in het privaatrecht).

 

  • Welke processen in de samenleving hebben volgens Schuyt de ontwikkelingen in de rechtsinstellingen met name beïnvloed? Op welke wijze komt die invloed tot uiting?
  • Tenslotte maakt Schuyt de balans op, in hoeverre de geschetste ontwikkelingen in het positieve recht hebben bijgedragen aan de door hem genoemde doelstellingen van het rechtssysteem. Welke conclusies trekt Schuyt?

Lees Schwitters Inleiding: Wat is rechtssociologie? par. 5 en 6 aan de hand van de volgende vragen:

  • Schwitters onderscheidt vier functies van het recht. Noem en beschrijf deze kort.
  • Komen de door Schwitters genoemde functies overeen met die door Schuyt genoemd? Waar zijn er verschillen, waar overeenkomsten.
  • Het recht is niet het enige ordenende mechanisme in de samenleving; Schwitters noemt er nog een aantal. Welke?

Toetje:

  • De rechtssociologie is ontstaan zowel door invloeden uit de rechtswetenschap als door invloeden vanuit de klassieke sociologen. Geef in het kort weer, waarom de drie grondleggers van de sociologie, Marx, Durkheim en Weber, voor hun maatschappij-analyse het recht van wezenlijk belang achten.

No comments yet.

Geef een reactie