College 1 en 2

Lees Schwitters Inleiding: Wat is rechtssociologie? aan de hand van de volgende vragen:

1. S. noemt een aantal factoren die wijzen op de groeiende betekenis van het recht voor moderne samenlevingen, maar ook factoren die dit beeld relativeren. Welke factoren zijn dit?

2. Welke verklarende factoren noemt S. voor de toegenomen juridisering van de samenleving?

3. Probeert u de verschillen in benadering tussen de sociologie en de rechtswetenschap op een rijtje te zetten.

4. Welke twee benaderingen onderscheidt S. in het rechtssociologisch denken over het recht?

5. Wat wordt verstaan onder rechtspluralisme?

6. Vul in:

De jurist houdt zich bezig met “law in ………….”, de rechtssocioloog met “law in ……………”.

De jurist is gericht op beslissen, de rechtssocioloog op ……………………………

De rechtswetenschap is een …………….. wetenschap, de rechtssociologie is een ……..……………… wetenschap.

7. Formuleer een typisch juridische en een typisch rechtssociologische vraag over de samenwerking tussen de (Arubaanse) ‘Warda nos costa” en de (Nederlandse) Kustwacht.
Geef voor de rechtssociologische vraag aan hoe die vraag empirisch kan worden onder¬zocht.

Lees Buiks “Het sociologisch perspectief” aan de hand van de volgende vragen:

8. Ieder van ons heeft een bepaald beeld van zijn samenleving. Maar hebben wij hetzelfde beeld? Buiks heeft het over ‘lekensociologie’: de alledaagse kennis van onze samenleving, die overigens vaak tegenstrijdig is.

a) Welke van de twee volgende tegenstrijdige volkswijsheden benadert volgens u de partnerkeuze op de huwelijksmarkt het beste: “Liefde is blind” of “Soort zoekt soort”? Geef een sociologische verklaring.

b) Sociologisch gezien: “maken kleren de man” of “al draagt een aap een gouden ring, hij is en blijft een……”?

9. In wat voor situaties denkt u dat mensen zich (vooral) bewust worden van hun referentiekader?

10. Maak aannemelijk dat gevoelens van ‘schaamte’, ‘schuld’ en ‘trots’ niet alleen psychische verschijselen zijn, maar ook sociaal van aard zijn

11. Maak aan de hand van één of meer voorbeelden duidelijk, dat de tegenstelling ‘aanleg vs. milieu’ of ‘nature vs. nurture’ niet alleen een theoretische strijdvraag is, maar ook practische gevolgen heeft.

12. Vul in:

Bekijken we de structuur van een samenleving, dan valt op te merken dat de mensen verschillende (1)……….. bekleden, zoals zoon, lid van een voetbalclub, student, etc. Aan elke (1)………zijn bepaalde gedragspatronen verbonden en verwachtingen en normen met betrekking tot het gedrag, ook wel aangeduid met (2) ………… Soms zijn de verwachtingen en normen die voor de verschillende (1)……….. bestaan moeilijk te combineren, want tegenstrijdig, hetgeen kan leiden tot een (3)…………. Een minister die een disciplinaire maatregel moet nemen tegen zijn zus als ambtenaar ziet zich geconfronteerd met een intern/extern (3)…………. De vakbondsbestuurder die begrip heeft voor de problemen van de directie en zijn achterban probeert te overtuigen om met minder genoegen te nemen bij de CAO-onderhandelingen ziet zich geconfronteerd met een intern/extern (3)…………

(NB. Maak zonodig bij het invullen gebruik van de verklarende lijst van sociologische termen aan het eind van dit hoofdstuk).

13. Vergelijk de manier waarop een journalist, een socioloog en een jurist met de volgende verschijnselen omgaan:

– een staking

– vandalisme en straatgeweld.

Welke bijdrage zou de socioloog kunnen leveren aan de oplossing van (verschijnselen die worden ervaren als) een probleem? En de jurist?

14. Kijk naar onderstaande cartoon (‘Allemaal een stapje terug’) en vul de sociologische beschrijving ervan in.

zt12
Deze cartoon gaat over de sociale (1)………… in de maatschappij, ook wel (2)…….. genoemd. De sociale (1)……….. wordt afgebeeld in de vorm van een florin (guldenteken), d.w.z. van de drie verschillende vormen van sociale (1)……….. staat iemands (3)……… centraal.
Let nu eens wat nauwkeuriger op de kleding van de figuur bovenaan de maatschappelijke ladder (driedelig pak en sigaar), de man hier direct onder (jasje/dasje) en de op één na onderste (overall). Niet alleen in deze cartoon maar in algemene zin is kleding meer dan een bescherming tegen naaktheid en weersomstandigheden; kleding is ook een (5)……………
Tenslotte de hamvraag: wat wil de cartoonist duidelijk maken (6)?
Lees Griffiths Wat is rechtssociologie? aan de hand van de volgende vragen:

15. Welk antwoord geeft G. uiteindelijk op de vraag ‘Wat is rechtssociologie’?

16. Heeft u het woord ‘taxonomie’ opgezocht in het woordenboek?

17. G. spreekt over continue variabelen. Waarom past een continue variabele niet in een taxonomische begripsbepaling?

18. Wat is volgens G. het object (onderzoeksonderwerp) van de rechtssociologie?

19. Waarom ziet G. de rechtsgeleerdheid niet als een ‘echte’ wetenschap?

No comments yet.

Geef een reactie