College 6.2 Het recht als middel tot social engineering

Regelgeving als middel tot gedragsregulering past in de visie waarin het recht vooral wordt gezien als middel tot social engineering: een middel tot het beheersen en sturen van maatschappelijke processen.

Welke middelen?
De wetgever wil bepaalde beleidsdoelen bereiken: een gewenste situatie of bepaald gedrag van burgers. Voor dit doel wordt dan het beste middel gezocht, niet zelden regelgeving. De taak van de sociale wetenschappen of beleidsjuristen is in deze opzet aan te geven welke middelen het beste passen bij de door de wetgever of overheid gekozen doelen.

Niet alleen een middel
Bezwaren tegen de metafoor van regelgeving als instrument betreffen ondermeer de mogelijke onderbelichting van het feit dat wetten soms niet werken, of niet helemaal of anders werken dan ze zijn bedoeld. Het recht is bovendien niet uitsluitend een middel of instrument. Er zijn wetten die niet zozeer een gewenste situatie in de toekomst willen bereiken, maar veeleer bevestiging van een waardeuitspraak behelsen.

Verder bestaat het gevaar dat de burgers in deze visie worden gezien als passieve objecten wier handelen volkomen gedetermineerd zou kunnen worden door regelgeving.
Een ander risico van een eenzijdig instrumentele visie op het recht is dat de overheid bepaalde waarden als rechtsbescherming en rechtszekerheid, ondergeschikt gaat maken aan de via het recht te bereiken doelen.

Zelfhandhaving
Tenslotte heeft de instrumentele visie op het recht onvoldoende oog voor het verschijnsel dat het recht als institutie deels een eigen leven gaat leiden waardoor het moeilijker als instrument is te hanteren. Zoals alle levende, zichzelf producerende systemen is ook het recht als institutie gericht op zelfhandhaving waarbij alleen die externe signalen worden verwerkt die de eigen identiteit en autonomie ondersteunen. Wil een nieuw signaal, bijvoorbeeld vanuit de politiek, het rechtssysteem en zijn instellingen bereiken, dan moet het als juridisch relevant worden herkend door het recht en bevorderlijk voor de handhaving van het systeem.

Reflexief
Schwitters vat de bezwaren tegen het instrumentalisme, met name die van J. Griffiths¹, samen in paragraaf 4 en 5 van hoofdstuk 3. Deze bezwaren moet u in eigen woorden kunnen weergeven.
De kritiek op de instrumentalistische visie van het recht heeft geleid tot een roep naar meer reflexief recht.

Reflexief recht is in de eerste plaats faciliterend recht, recht dat zelfregulerende vermogens in de maatschappij moet stimuleren. De reflexieve wetgever legt niet top-down normen op aan burgers en sociale groeperingen, maar gaat uit van en faciliteert het zelfsturend vermogen van organisaties.

1. Zie voor een kritische bespreking van deze visie J. Griffiths, De sociale werking van het recht in J. Griffiths & H. Weyers (red.), De sociale werking vant recht, Ars Aequi Libri (2005)
No comments yet.

Geef een reactie