College 2.1 De ontwikkeling van de rechtssociologie

De rechtssociologie is ontstaan zowel door invloeden vanuit de (klassieke) sociologie als door invloeden vanuit de rechtswetenschap.

Invloed vanuit de klassieke sociologen

Emile Durkheim
Durkheim meende een samenhang te hebben ontdekt tussen het recht en ontwikkelingen in de samenleving: volgens hem correspondeert met een bepaald type samenleving een bepaald type recht. Zoals in het eerste semester reeds is gebleken, hechtte Durkheim grote betekenis aan het proces van arbeidsdeling (differentiatie en specialisering): door de verregaande arbeidsdeling in moderne samenlevingen verandert het karakter van sociale cohesie (door hem solidariteit genoemd).

Het recht de samenleving
Durkheim meende een samenhang te hebben ontdekt tussen het recht en ontwikkelingen in de samenleving: volgens hem correspondeert met een bepaald type samenleving een bepaald type recht. Zoals in het eerste semester reeds is gebleken, hechtte Durkheim grote betekenis aan het proces van arbeidsdeling (differentiatie en specialisering): door de verregaande arbeidsdeling in moderne samenlevingen verandert het karakter van sociale cohesie (door hem solidariteit genoemd).

Repressieve sancties
In traditionele samenlevingen was de solidariteit gebaseerd op uniforme denkbeelden, gewoonten en handelingspraktijken (mechanische solidariteit). In deze samenlevingen zijn de leden volledig opgenomen in het geheel; het individuele normbesef valt samen met het collectieve normbesef van de groep. Inbreuk op de normen wordt dan ook ervaren als een inbreuk op de groep of samenleving zelf. De sociale orde wordt bedreigd en de gemeenschap reageert heftig op afwijkend gedrag. In traditionele samenlevingen overheerst zo het strafrecht met zijn repressieve sancties.

Afwijking niet erg
Door een toenemende arbeidsdeling wordt in de moderne samen-leving de solidariteit gefundeerd op de onderlinge afhankelijkheid van mensen die op elkaars (arbeids)-prestaties zijn aangewezen (organische solidariteit). Ruilverhoudingen (contracten) gaan een belangrijker rol spelen en inbreuk op deze wederzijdse afhankelijkheid kan niet meer adequaat met repressieve sancties worden afgedaan. De contractpartijen zijn meer gebaat bij een herstel van de geleden schade, of een herstel in de vroegere toestand. Afwijkend gedrag vormt niet langer een directe aanslag op hetgeen de samenleving bindt.

Van mechanisch naar organisch
In de moderne samenleving is het recht niet zozeer gericht op wraak en boete. Repressieve sancties maken plaats voor meer restitutieve sancties. Durkheim zag deze ontwikkeling van mechanische solidariteit naar organische solidariteit,van repressieve sancties naar restitutieve sancties, van strafrecht naar burgerlijk en administratief recht als een belangrijke vooruitgang.

Max Weber
Een centraal thema in het denken van Weber is de ‘onttovering’ (Entzauberung) van de samenleving: in moderne samenlevingen is door de gezamenlijke invloed van centralisering van de staatsmacht, industrialisering en wetenschap een rationaliserings- en bureaucratiseringsproces tot stand gekomen. Deze rationalisering impliceert ondermeer dat men niet langer aanneemt dat er geheimzinnige en onberekenbare machten zijn, maar dat mensen op grond van rationele overwegingen hun belangen en doeleinden kunnen nastreven.In dit rationaliseringsproces kent Weber aan het recht een belangrijke rol toe.

Onttovering
Een gerationaliseerd systeem van formeel recht was de noodzakelijke component in de ontwikkeling van het moderne kapitalisme, omdat het zorgde voor rechtszekerheid en voorspelbaarheid, nodig voor betrouwbare economische transacties. Ook het rationeel-legale gezag, het gezag gebaseerd op wetten en regels, is een teken van de onttovering van de wereld: men aanvaardt regels omdat het nu eenmaal regels zijn die op een bepaalde (parlementaire) wijze tot stand zijn gekomen en niet omdat ze van een ‘hogere’ of ‘heilige’ macht afkomstig zijn.

Weber zag dus een ontwikkeling van een irrationele gezagsstructuur (gebaseerd op traditie of charisma) met een irrationele rechtstoepassing, rechtsvinding en rechtsschepping, naar een rationele gezagsstructuur (b.v. de bureaucratie) met een rationele rechtstoepassing waar willekeur, toeval en lot zijn teruggedreven.

Karl Marx
Bij Marx stond vooral de klassebasis van het recht centraal. Hij had kritiek op de kapitalistische ondernemingsgewijze productie omdat het mensen dwingt uitsluitend de vermeerdering van kapitaal en het maken van winst bepalend te laten zijn voor hun handelen. Arbeid wordt zo onderworpen aan de belangen van het kapitaal waardoor de arbeid als bron van persoonlijke ontplooiing volledig ondergeschikt wordt aan economische motieven.

Het dwingt arbeiders om hun arbeid ten dienste te stellen van de kapitalist, die hun arbeid slechts gebruikt voor het vermeerderen van zijn kapitaal. Op deze manier wordt arbeid iets buiten henzelf. Marx spreekt in dit verband van vervreemding: de arbeider staat als een vreemde tegenover zijn eigen arbeid en daarmee wordt hij ook een vreemde voor zichzelf.

Productiemiddelen en verhoudingen
Marx staat bekend om zijn materialistische visie: volgens hem wordt de ontwikkeling van de geschiedenis en van samenlevingen bepaald door de ontwikkeling van de productiemiddelen en de daarbij behorende sociale verhoudingen. De productiemiddelen en –verhoudingen worden door hem aangeduid met de term infrastructuur of onderbouw. Die productieverhoudingen krijgen hun culturele uitdrukking in de (geestelijke) superstructuur of bovenbouw: bijvoorbeeld het recht en de godsdienst..`

Die bovenbouw fungeert als rechtvaardiging voor de productieverhoudingen, als een normenstelsel ter bescherming van de belangen van de bezittende klasse. De godsdienst leerde de arbeiders te berusten in hun lot (‘Godsdienst als opium voor het volk’)

Het recht als afspiegeling van eigendomsverhoudingen fungeerde als een onderdrukkings-instrument in handen van de heersende klasse.

No comments yet.

Geef een reactie