Ik heb ooit eens méér dan drie uur in een of ander Vlaams
gat (Wortel om precies te zijn) met ’n bosje rode rozen in mijn handen voor een
oneindig treurig frietkot, zoals je die alleen maar kent in Vlaanderen, staan
wortel schieten, wachtend op mijn internetdate, die maar niet kwam opdagen.Mijn
internetdate, een rijzige, Vlaamse brunette van een meter negentig.Later bleek
die internetdate geen rijzige, Vlaamse brunette, maar een klein, lelijk, dik,
pokdalig kereltje uit Hoogezand-Sappemeer: heren: kijk uit met internetdaten!
Na mijn eerste wonden wat gelikt te hebben, besloot ik toen
maar in mijn kleine autootje terug te karren naar het kille noorden, echter
niet alvorens een omweg te maken langs Vlaanderen’s grootste havenstad.Aan de
bar hangend in een of andere louche kroeg in het havenkwartier, pogend mijn
teleurstelling weg te drinken, kwam ze naast me zitten, ze stelde zich voor met
Lilianne, maar achter haar te vette make-up herkende ik de harde
gelaatstrekken van een kerel.In wat voor kroeg was ik nu weer beland..ach
ja..mensen zijn mensen, dacht ik.Het kon me allemaal verdomd weinig meer
schelen.In haar bed ben ik die nacht niet beland, waarschijnlijk meer vanwege
mijn vermoeidheid dan vanwege een fundamentele aversie jegens travestieten.
’s Nachts, zwalkend over de neonverlichte leien van de
mooie, melancholische stad, voelde ik me hoe import-Nederlanders zich in deze
stad wellicht altijd een beetje blijven voelen: vertrouwd, maar altijd een
vreemde.De ingang van mijn hotel gloorde aan de diffuse einder.








No comments yet.