De afgesproken plek

Met trillende armen zet ik de tassen op de grond. Opnieuw heb ik het stukje van huis naar de supermarkt onderschat. In mijn handen staan rode striemen van de hengsels. De sleutelhanger tussen mijn tanden zorgt er bijna voor dat ik kokhals. Snel haal ik hem uit mijn mond en steek hem in het slot.

En terwijl de zon achter een wolk verdwijnt, voel ik dat de sleutel helemaal niet in het slot gaat. Verbaasd kijk ik van de sleutel naar het slot, van het slot naar de sleutel. Dan naar het huisnummer. Ik heb me niet vergist, dit is mijn huis, mijn slot en mijn sleutel die het niet doet. Een rare giechel borrelt omhoog. Het zal toch niet zo zijn, net nu ik een weekend alleen ben, net nu ik Chiel op het vliegtuig heb gezet, net nu mijn ouders en zusje naar Frankrijk zijn voor een week.

Ik bekijk nogmaals mijn sleutel, er lijkt niets gebroken, de sleutel is dezelfde sleutel als altijd. Een vrouw loopt langs en kijkt me vluchtig aan. Ik glimlach naar haar, stel je voor dat ze denkt dat ik inbreek, en ik begin wat onhandig in mijn jaszak te graaien, op zoek naar mijn telefoon. De vrouw loopt intussen door, terwijl haar hond stokstijf naast me staat, zijn ogen nemen me van top tot teen op. Ik krijg er een koude rilling van en gelukkig wordt de hond ongeduldig meegetrokken door de vrouw. Niets. Ik heb de telefoon niet in mijn jaszak, niet tussen de boodschappen en waarom heb ik eigenlijk geen tas bij me? Shit.. die staat toch niet nog bij de kassa. Ok, dat check ik later.

Nog een keer steek ik de sleutel in het slot, maar opnieuw lukt het me niet om de deur te openen. Hoe kan dit, wat is dit. Misschien ligt in het huis van Chiel nog een reservesleutel die het wel doet, maar zijn sleutel ligt binnen, op het kastje. De paniek kruipt langzaam omhoog. Ik voel mijn hart in mijn oren kloppen, ik begin te transpireren en ik hoor dat ik gejaagd adem haal. Hoe kan dit… Ik druk mijn neus tegen het raam en kijk naar binnen. In mijn huis. Mijn huis met allemaal andere meubels… en een klein meisje dat babbelend met blokken in de weer is.

Ik deins naar achteren, bekijk het huis, de deur, het nummer en de straat. Nee, ik ben niet verkeerd. Dit is mijn huis. Dit is de Burgemeester Akkerweg, nummer 14. Dit is mijn houten deur, met mijn brievenbus. Op de bovenverdieping zie ik een jonge vrouw gebogen voor het raam staan. Ze tilt een wasmand op en loopt weg bij het raam. Wie is dat? Opnieuw hol ik naar het raam van de woonkamer. Het meisje drentelt door de kamer, terwijl ze nog steeds tegen haar speelgoed brabbelt. Ik tik op het raam, ze kijkt op en wankelt naar de vensterbank. Met ernstige ogen kijkt ze me aan. En zo staan we misschien wel minuten. Starend naar elkaar door het glas. Het glas van mijn raam dat nu zoveel meer haar raam lijkt te zijn.

Ineens kijkt het meisje langs me heen, roept iets naar achteren en keert dan haar rug naar het raam. Nu ben ik volledig in paniek en ik hol naar de bel en begin manisch te bellen. Buiten hoor je niet of de bel gaat, maar ik blijf de bel indrukken. ‘Laat me binnen!’ gil ik. ‘Ga weg uit mijn huis!’ Het kan me niets meer schelen wat de passerende mensen van me denken, een enkeling kijkt op, maar het lijkt ze niet te raken.

Hoe lang sta ik te bellen? Minuten? Een kwartier? Ik weet het niet meer, uitgeput laat ik me naast mijn boodschappentassen op de grond zakken. Voor het huis stopt een auto en een man stapt uit. De man zucht diep, haalt wat uit de achterbak en loopt naar de deur. Mijn deur. Haastig krabbel ik overeind. ‘Meneer? Meneer? Kunt u alstublieft helpen, dit is mijn huis, mijn huis’, begin ik maar als ik zijn gezicht zie stokt de adem in mijn keel…

Het is Chiel, onmiskenbaar, mijn Chiel, degene die ik net op het vliegtuig heb gezet. De liefde van mijn leven komt recht op me aflopen. ‘Maar dit kan niet’, stamel ik. ‘Wat doe jij hier?’ Zwijgend loopt hij op de deur af, niet verrast door de puinhoop van mijn tassen en van mij…. Hij ziet er raar uit, alsof hij ineens tien jaar ouder is, grijs bij de slapen, kringen onder zijn ogen. Ik zwijg eveneens. Hij ademt diep in, recht zijn schouders en glimlacht net op tijd als de deur wordt opengegooid.

‘Papa!’ roept het meisje van het raam. Chiel bukt zich en tilt het meisje omhoog om haar een kus te geven. Achter het meisje staat de jonge vrouw. ‘En?’ vraagt ze. Chiel kijkt haar aan. ‘Het slijt niet. Nooit’, antwoordt hij. ‘Maar het voelde wel alsof ze er voor het eerst niet was dit jaar.’ Ik kijk naar de vrouw en ineens herken ik haar. Het meisje staat naast me, zwaait met haar handjes om me te vragen haar op te tillen. Chiel draait zich naar haar om: ‘Wat sta je toch te doen? En wat heb je in je handen’, vraagt hij terwijl hij het stuk papier uit haar knuistjes wringt. Het meisje roept: ‘Da, da…’ en wijst naar mij. De zo bekende vrouw pakt het papier aan van Chiel. Heel even lijkt ze te breken, dan forceert ze een lach naar het meisje. ‘Heb je nu alweer de foto van je tante uit het lijstje gehaald?’ Ze geeft de foto terug aan Chiel en loopt het huis in.

Over zijn schouder kijk ik mee naar de foto en zie mijn eigen gezicht. En terwijl Chiel opnieuw zijn rug recht, streel ik hem over zijn wang en weet, volgend jaar ben ik wél op de afgesproken plek.

Marianne  (3 Posts)

Copywriter. Uit 1971. Ik schreef na mijn studie de eerste woorden in loondienst. Sinds 2002 ben ik zelfstandig en heb een eigen tekstbureau. Omdat ik veelal commerciële teksten schrijf, zetten de opdrachten een heel ander hersendeel hard aan het werk. En dat voelt meer dan geweldig.


Tags: , ,

Meld je aan

Lijkt het jou ook leuk om mee te doen?

No comments yet.

Laat een reactie achter