Zodra ik de deur open doe, zie ik hem liggen.
Grappig is dat. Ik kan uren lopen zoeken naar een sleutelbos dat opzichtig op tafel ligt, of een knalrood stoplicht pas opmerken als ik er al bijna onderdoor ben gereden, maar die brief, in een nietszeggende witte envelop, die zie ik dus onmiddellijk liggen tussen de rekeningen, de reclamefolders en de kranten. Het komt denk ik door zijn handschrift. Het is alsof dat iets doet oplichten in mijn hoofd. Een zwaailicht. Alarm. Zoiets.
Zal ik hem nu ter plekke openscheuren, hier, in de deuropening, met mijn druipende jas nog aan? Of beter eerst bedaren, naar binnen, jas uit, glas wijn, rustig zitten?
Ik weet eigenlijk allang wat erin staat, en dat wil ik helemaal niet lezen. Zolang ik de woorden niet op papier zie staan, is er ruimte voor twijfel. En twijfel is, onder deze omstandigheden, de beste optie. Twijfel is de sloep waarmee ik het zinkende schip kan verlaten, ook al heb ik geen idee waarheen, of hoe ver.
Ik duw de deur beheerst achter me dicht en stap over de post-wanorde heen.
Als ik mijn ogen open weet ik niet meteen waar ik ben. Het is donker. Langzaam dringen de contouren van de zo goed als lege woonkamer tot me door. De grillige vormen van de ficus in de hoek tegenover me, de stapel verhuisdozen tegen de wand. Mijn schoenen midden in de kamer, waar ik ze heb uitgeschopt. Ik lig half op de bank. Mijn jas is nog steeds klam en voelt onaangenaam kil tegen mijn wang. Onhandig probeer ik hem uit te doen en stoot daarbij iets om. Glasgerinkel, een lege fles die wegrolt over de vloer, en daar is dat andere geluid ook weer. Ik hoorde het net ook al, realiseer ik me. Maar toen dacht ik dat ik het droomde. Ik tast in mijn jaszak naar mijn telefoon. Ik hoef niet naar het scherm te kijken om te weten dat hij het is. De ringtone zegt genoeg. Het zwoele muziekje klinkt me nu potsierlijk en volkomen misplaatst in de oren. Ik kijk naar het scherm waar natuurlijk niet zijn naam, maar het woord ‘dokter’ oplicht. Een banale inside-joke waar we ooit vreselijk om gniffelden samen. Ik laat de telefoon overgaan tot de voicemail opneemt en sluit mijn ogen weer. Dan hoor ik een sms binnenkomen. Ik wil het niet, maar ik doe het toch: ik kijk. ‘Heb je mijn brief gelezen?’ staat er. Mijn schrille schaterlach echoot door het lege huis. Ik schrik van mijn eigen dronken geluid.
Ik hoef die brief niet te lezen. Ik weet wat hij heeft gedaan. De kranten stonden er wekenlang bol van. En nu wil hij mij ervoor op laten draaien. Ik weet wat me te doen staat…
Als ik opsta voel ik iets knarsen onder mijn blote voet. Het is heel gek: ik voel het knarsen van het glas, maar niet de pijn die erbij hoort. Dat zal morgen wel komen, in combinatie met de kater. Ik strompel de trap op naar zolder en vind op de tast de kist die ik zoek. Hij is te zwaar. Ik was van plan hem morgen door de verhuizers naar beneden te laten tillen, maar dat risico wil ik nu toch maar niet nemen. Ik moet mijn plan herzien… Denk na! Ik sleep de kist naar de trap. Hoe ga ik dit doen? Tillen gaat echt niet, de kist is te zwaar. Ik tuur omlaag het donkere trapgat in. Ik doe het licht aan en staar een ogenblik naar het bloedspoor dat ik op de trap heb achtergelaten. In mijn ooghoek zie ik iets bewegen en ik draai me met een ruk om. Ik ben het zelf. Mijn spiegelbeeld in het raam. Jezus, wat zie ik eruit! Gauw het licht uit. Het huis is zo goed als leeg, de gordijnen weg. Sta ik hier mijn sporen uit te wissen in een verlichte etalage…
Rustig nadenken nu. Wat moet er gebeuren? Het gaat er niet om dat die kist beneden komt, het gaat om de inhoud! Ik graai in het donker lukraak wat zakken met rommel bij elkaar en schud ze leeg. Dan doe ik de kist open en begin de inhoud over de zakken te verdelen. Ineens heb ik verschrikkelijke haast. Hij heeft gebeld en ge-sms’t, straks staat hij voor de deur! Denk na! Wat moet er nu gebeuren? De inhoud van de kist zo snel mogelijk in de auto zien te krijgen. Koffers zijn al gepakt, die ook naar de auto. Ticket omboeken. Ik kan niet nog twee dagen hier blijven, ik moet vannacht nog weg. Maar dit krijg ik zo niet het vliegtuig in. Het zal ook in een koffer moeten…
En dan? Met mijn dronken kop naar het vliegveld rijden? Taxi bellen? Kalm aan nu, morgen om deze tijd kan ik in Pinamar zijn, met mijn gat op het fijnste zandstrand van Argentinië. Het zoute zeewater zal wonderen doen voor mijn kapotte voet. Zie je wel, praktisch blijven denken. Nu eerst die zakken één voor één naar beneden. Licht uit laten en voorzichtig de trap af. Zie je, gaat prima zo.
Als ik de laatste zak naar beneden wil sjouwen, voel ik ineens iets zachts langs mijn benen strijken. Mijn eigen schrikreactie brengt me uit balans en in een reflex laat ik de zak met één hand los om de trapleuning vast te pakken, maar het gewicht van de zak rukt aan mijn rechterarm en trekt me uit het lood de trap af.
Ik word wakker van fel zonlicht dat door het gordijnloze raam in mijn gezicht schijnt. Ik weet niet meteen waar ik ben, maar als mijn ogen aan het licht gewend zijn zie ik het: ik lig op de overloop, onder aan de mooi hoogglans-wit gelakte trap waarop een waanzinnig fotogeniek wijnrood bloedspoor te zien is. “Zit een mooi instagrammetje in!” hoor ik mezelf denken. Mijn rechterbeen ligt in een vreemde hoek, heel raar van mij af gedraaid, maar hij doet geen pijn of zo. Sterker nog: ik voel hem helemaal niet. Mijn hoofd doet wel pijn, maar dat moet de kater zijn, want ik lig behaaglijk neergevlijd tussen zachte vuilniszakken waar allemaal bankbiljetten uit puilen. En nu? Ik kan niet overeind, dat is duidelijk. 112 bellen dan maar? Hoe ga ik dit dan uitleggen? Ik voel in mijn jaszak naar mijn telefoon, en dan hoor ik iets op de trap. Het is Destiny, de zwarte kat die hij zo nodig in huis moest nemen. Het @#%&^§! k*tbeest dat me vannacht ten val bracht. Ik haat katten, altijd al gedaan… Maar eerlijk is eerlijk, hij staat wel prachtig op die hoogglans-witte trap naast dat rode bloedspoor. Ik richt mijn telefoon op hem en druk af. Welk filter doet deze kleurencombi het mooiste uitkomen? Ik denk toch Lomo-fi…
Nog geen vijf seconden nadat ik de foto gepost heb, komt de eerste reactie binnen. Natuurlijk is die van hem. ‘Vliegtuig gemist?’ staat er, gevolgd door een grijnzende emoticon. Ik wil iets vileins terugposten, maar dan gaat ineens het zonlicht uit.
Dit was opdracht 1 voor Just Write. Van de zes voorgestelde setjes met elementen koos ik nummer 2 (een nachtelijk telefoontje, een ver strand en een kat) en nummer 6 (een brief, te veel drank en een zolder). Zeer benieuwd naar het oordeel en de verbetertips van de lezer!








Je hebt talent! Spannend en met humor geschreven. Heel beeldend allemaal. x
Ik ben niet benieuwd naar een volgende opdracht. Ik ben benieuwd naar hoe het afloopt. Gebroken been? Gebroken rug? Verdoofd door de man van wie je vlucht? Stuurde hij zijn reactie vanuit de kamer naast je?
Dank Martine, voor je compliment!
Edo, dank voor je reactie. Het is een 'open einde'. Ik laat het aan de verbeelding van de lezer over. Kies de afloop die je het meest aanstaat
)