De pientere houthakkerszoon

Er was eens, diep in de bossen van Skjækra, een pientere jongeman. Hij was lang en sterk, met een goedmoedig gezicht, een hoog vertrouwenwekkend voorhoofd, een heel klein baardje op zijn kin, een sympathieke glimlach en helblauwe ogen die niets ontgingen. Zijn sluike blonde haar viel als vanzelf in een scheiding midden op zijn hoofd. Hij was Anders, de zoon van de houthakker en hij kende het bos op z’n duimpje.

En het was op deze dag, een fraaie zomerochtend, dat Anders op goed geluk een pad koos en zich een weg baande door de varens, diep het bos in. Verrukt snoof hij de geur op van dennennaalden en mos. Toen hij de kramsvogels hoorde zingen, werd hij zo vrolijk dat hij zijn longen volzoog met boslucht en ook zelf een lied inzette.

Hij was 17, in de bloei van zijn leven. De school lag achter hem en na de zomer zou hij zelf ook houthakker zijn. Zo ver hij maar kon lopen waren er dennenbomen. Het hele bos viel onder de concessie die zijn grootvader al lang voor zijn geboorte had gekocht. Er stonden nog genoeg bomen voor weer een generatie, hij zou hier altijd kunnen blijven hakken, zijn hele leven lang, zonder ooit iemand nodig te hebben.  En ook al bracht een boom bijna niets meer op, en konden zijn ouders het financieel eigenlijk niet meer rooien, het kon hem niet schelen. Hier had hij zijn vrijheid. Het geluk lachte hem toe en hij zong nog maar eens een nieuw en wilder lied.

Maar wat is dat? Opeens valt Anders stil. Er is iets dat zijn aandacht trekt, daar bij de klif waar die boom zo raar overheen gegroeid is. Er beweegt iets, in de takken die over de klif hangen. Is het een dier? Hij kan het niet goed zien en kruipt heel stilletjes naderbij. Wat voor dier het ook is, het jammert als een mens.  En wat hoort hij nu? Dat klinkt toch als een knetterende vloek!

Nu wordt Anders pas echt nieuwsgierig. Hij rent naar de boom, en ja hoor, daar zit een tomte! De kabouter lijkt  in paniek. Hij zit op een overhangende tak die vervaarlijk doorbuigt onder zijn gewicht, met onder hem het ravijn van enkele tientallen meters diep. En het lukt het kleine mannetje niet om naar de veilige stam en de vaste grond terug te klauteren.

De tomte ziet Anders en de opluchting is van zijn gerimpelde gezicht je af te lezen. “Help mij, Anders de houthakkerszoon! Geef me je hand en trek me uit deze boom! Help mij Anders, en je mag een wens doen!”

Had ik al verteld dat Anders naar school was geweest? Hij was een pientere jongeman en hij doorzag de situatie snel. Die vuile tomte was natuurlijk in het donker de boom in geklommen om een nest leeg te halen, en had niet gemerkt dat de takken boven het ravijn hingen. Hij kon geen kant meer op, of het moest de eindeloze diepte zijn waar hij boven zweefde. Een zekere dood! Anders rook een kans en zei: “Natuurlijk help ik je de boom uit, jij eierdief! Maar ik ken de verhalen en ik weet hoe onbetrouwbaar jullie volkje is. Eerst mijn wens, en dan pas steek ik je mijn hand toe.”

“Je bent een harde zakenman, Anders”, zei de tomte met ernstige stem. “Dat gaat je nog eens lelijk opbreken.  Maar zeg me wat je wens is, en ik zal hem in vervulling laten gaan. Wil je een kettingzaag, zodat je de bomen sneller  kunt vellen? Zal ik zorgen dat er weer zalm in de rivier zwemt, zodat je altijd te eten hebt? Of maak ik dat Inga met de lange vlechten als een blok voor je valt? Zeg het maar, en ik regel het voor je. Maar doe het snel en haal me hier uit!”

“Nee”, zei Anders, “ik hoef geen kettingzaag. De herrie staat me niet aan, en ze stinken naar benzine.  En nee, ik hoef geen zalm, want die lust ik niet en er komen maar beren op af. En nee, Inga hoef ik ook niet. Zolang mijn moeder voor me wast en kookt heb ik geen vrouw nodig.”

“Och ja, jij bent anders, dat was ik even vergeten” zei de tomte, en ondanks zijn benarde positie speelde er toch een kleine glimlach om zijn lippen. “Maar wat wil je dan wel?” De pientere houthakkerszoon keek om zich heen en zag dennenbomen zover zijn helblauwe ogen konden zien. En met een glimlach op zijn gelaat zei Anders: “Ik wil het wereldwijde kerstboommonopolie.”

De tomte sloot zijn ogen, prevelde wat voor zich uit en zei: “Je wens is in vervulling gegaan, houthakkerszoon Anders. Nu haal me uit de boom!” De pientere jongen met de helblauwe ogen voelde dat de tomte de waarheid sprak. Het was alsof zijn bomen opeens in een heldere gloed stonden en hij voelde zich trots dat hij het was die deze bomen mocht vellen. Anders richtte zich op, snoof diep de boslucht in en lachte luid van pure blijdschap. Bijna was hij de tomte vergeten. Het kaboutertje slaakte een harde gil. Anders ziet nog net hoe het ventje van zijn tak begint te glijden, grijpt hem stevig bij de boord van zijn jasje en zet hem veilig op de grond. Nog geen seconde later is de tomte in het struikgewas verdwenen.

En het was vanaf die dag dat over de hele wereld vrijwel geen kerstboom meer te krijgen was. De bomen die er waren, handgekapt uit de bossen van Skjækra, waren schreeuwend duur. De stad Amsterdam liet er ééntje op de Dam oprichten, om zo haar armlastige inwoners de aanschaf te besparen. Maar niet alle steden en dorpen konden zich dit genereuze gebaar veroorloven. Het was immers recessie, en na het financieren van de voetbalclub en het ophalen van het huisvuil schoot er vaak geen geld meer over. Een sluwe kweker meende zijn bomen te kunnen aanbieden als “kersttakken op stam”, maar er werd van hogerhand ras ingegrepen. De man moest zijn hele handel inleveren, waarna er brandhout van werd gemaakt.

Er daalde een mistroostige sfeer over de mensen. December was al zo donker en kil en nu moesten ze het ook nog stellen zonder kerstboom in huis.

En Anders? De pientere houthakker liep fluitend en zingend door de bossen van Skjækra. Elke dag kapte hij één boom, die hij verkocht voor een godsvermogen. Zolang zijn moeder voor hem waste en kookte had hij niemand nodig. Hij was een vrij man. Want hij bezat een bos en het kerstbomenmonopolie. En hij leefde nog lang en gelukkig.

Vertrek: de garage
Object: de opvouwbare namaak-kerstboom van de HEMA

 

Reitze  (2 Posts)

Veertiger, Amsterdam maar geen Amsterdammer, echtgenoot, redacteur, zanger, lezer, fotograaf, reiziger, tuinman, kok. Niet altijd alles en niet altijd voor de kost.


Tags: , ,

Meld je aan

Lijkt het jou ook leuk om mee te doen?

Laat een reactie achter