Week 1.1 Juridisch en sociologisch denken over recht vergeleken

Schwitters Recht en Samenleving, hfdst.1 t/m par. 1.4
Reader Buiks: Het sociologisch perspectief
Reader Griffiths: Wat is rechtssociologie

De eerste colleges staat het sociologisch perspectief met betrekking tot het recht als maatschappelijk verschijnsel centraal.

Inmiddels is u wel gebleken dat rechten studeren met wetten en regels te maken heeft. De rechtswetenschap is erop gericht om het geldende of positieve recht te beschrijven, te systematiseren en te interpreteren. Dit gebeurt door het bestuderen van wetteksten, handboeken, jurisprudentie en annotaties. Daarbij wordt de jurist-in-opleiding geconfronteerd met diverse rechtsbronnen en met een indeling in verschillende rechtsgebieden, met elk weer een eigen begrippenapparaat. Het juridisch onderwijs is er op gericht de studenten de juridische ‘taal’ goed te leren beheersen en ‘het vak’ te leren, zodat zij het recht in de praktijk op verantwoorde wijze kunnen hanteren.

Wie in de rechtspraktijk gaat werken komt er echter al snel achter dat daarin meer gebeurt dan de technische toepassing van regels.
Rechters en advocaten moeten vaak (niet-juridische) maatschappelijke belangen tegen elkaar afwegen. Wetgevingsjuristen worden geconfronteerd met de vraag naar de effectiviteit van nieuwe regelgeving. Bedrijfsjuristen zijn niet alleen gericht op winstmaximalisatie, maar moeten er ook aan bijdragen dat hun bedrijf op een zorgvuldige en maatschappelijk aanvaardbare wijze opereert. Kortom, het recht is geen geïsoleerd verschijnsel, maar is verankerd in de samenleving. Zowel de totstandkoming als de toepassing ervan wordt beïnvloed door maatschappelijke processen van uiteenlopende aard.
Daarom is het noodzakelijk dat juristen over de grenzen van hun eigen discipline heen kunnen kijken en open staan voor inzichten uit andere wetenschappen zoals de sociale wetenschappen.

Week 1. Het sociologisch perspectief

Deze week staan we stil bij het sociologisch perspectief en gaan we de betekenis na van een aantal sociologische begrippen die we later weer tegenkomen. Voor een belangrijk deel is dit een herhaling van de lessen maatschappijleer op de middelbare school.
De sociologie is de wetenschappelijke studie van menselijke samenlevingen en van het menselijk samenleven. De sociologie is geinteresseerd in alle situaties waarin mensen als groep functioneren. In een groep heerst een zekere ordening: de groepsleden delen bepaalde waarden en gedragsregels of normen. De interne ordehandhaving wordt in de sociologie veelal sociale controle genoemd.

De sociologie benadrukt dat de patronen van ons denken, voelen en handelen in de loop van ons leven in belangrijke mate zijn aangeleerd vanuit onze sociale omgeving (milieu): het gezin, de school, het werk, het verenigingsleven, etc. Naar analogie van de manier waarop computers worden geprogrammeerd zou je dergelijke min of meer vaste patronen ‘mentale programma’s’ kunnen noemen. Een gebruikelijke sociologische term voor dergelijke mentale programma’s of mentale software is cultuur.

Ieder van ons neemt via zijn culturele bril selectief waar. Omdat we deel uitmaken van deze samenleving of van een bepaalde groep in deze samenleving, beschikken we over bepaalde kennis, verklaringen en oordelen over onze sociale omgeving. We begrijpen onze samenleving doorgaans dus vanuit een bepaald referentiekader. Dat referentiekader hebben we ons eigen gemaakt via socialisatieprocessen en is een ‘tweede natuur’ voor ons geworden, een vanzelf-sprekendheid die we doorgaans niet kritisch onderzoeken.

Natuurlijk zijn mensen niet op dezelfde manier geprogrammeerd als computers en zijn ze niet voor honderd procent ‘kneedbaar’ door opvoedingsprocessen.

Ten eerste hebben mensen ook aangeboren (erfelijke) eigen-schappen, zoals fundamentele biologische behoeften en een reeks potenties. Tussen aanleg (‘nature’) en milieu (‘nurture’) bestaat een wisselwerking: pas in het samenleven kunnen aangeboren eigenschappen tot ontwikkeling komen. Daarbij verschillen samenlevingen van elkaar in de keuze van aangeboren eigenschappen (bijvoorbeeld agressie, sexuele behoeften) die worden gecultiveerd of juist worden onderdrukt.

Ten tweede beschikt de mens over het vemogen (verstand en vrije wil) om af te wijken van zijn mentale programmering en te reageren op manieren die nieuw, creatief, destructief of onverwacht zijn.

De Amerikaanse socioloog Peter Berger¹ heeft het sociologisch perspectief eens omschreven als ‘het vreemde in het gewone zien’.

Berger noemt als grondhouding voor het stellen van sociologische vragen:

  • “interested in looking some distance beyond the commonly accepted or officially defined goals of human actions;
  • a certain awareness that human events have different levels of meaning, some of which are hidden from the consciousness of everyday life;
  • a measure of suspicion about the way in which human events are officially interpreted by the authorities, be they political, juridical, or religious in character.”

Sociologisch kijken naar de eigen samenleving betekent als het ware dat je eigen waarden, opvattingen en gevoelens tijdelijk ‘tussen haakjes’ worden geplaatst. Dat is niet hetzelfde als je opvattingen en waarden opgeven, maar ze even ‘aan de kant zetten’ om nieuwe, andere opvattingen toe te laten.

Sociologisch kijken is kritisch kijken. Kritisch niet zozeer in de betekenis van het uitsluitend op zoek gaan naar het negatieve om dit te veroordelen. Maar kritisch in het doen van uitspraken op basis van een zorgvuldige, complete analyse van een sociaal verschijnsel, waarbij zowel de verdiensten als mogelijke negatieve effecten voor de samenleving worden belicht.

1. Peter L. Berger: Invitation to Sociology; A Humanistic Perspective, Pelican Books 1969
No comments yet.

Geef een reactie